Het LMS is nog lang niet afgeschreven: 10 redenen

Het LMS is nog lang niet afgeschreven: 10 redenen

Door Wilfred Rubens

Ik geef toe dat ik een jaar of tien geleden ook dacht dat leermanagement systemen op hun laatste benen liepen omdat ze te weinig gericht waren op het faciliteren van het leren, en te veel op het managen. Nog steeds kom je diverse bijdragen tegen over de dood van het LMS. Ik geloof daar niet meer in.

Natuurlijk gebruiken we in vergelijking met een aantal jaren geleden veel meer leertechnologieën dan alleen een LMS. Maar het vormt nog steeds het hart van de digitale leeromgeving van organisaties. Dat heeft een aantal redenen:

  • Het is lastig afscheid te nemen van eenmalig in gebruik genomen technologieën. Vooral als deze technologieën een aantal belangrijke processen en werkzaamheden ondersteunen.
  • De wereld van leren, opleiden en onderwijs verandert minder snel dan menigeen ons wil doen geloven. Het monitoren van voortgang, het managen van onderwijs en opleiden en het aanbieden van online leeractiviteiten blijft belangrijk.
  • De meeste LMS-en zijn niet stil blijven staan, maar hebben zich verder doorontwikkeld. Daardoor voldoen zij ook aan nieuwe behoeften.

10 redenen:

Keith Cronk, CIO van de Harding University, illustreert dat bijvoorbeeld. Cronk geeft eerst een korte terugblik op de ontwikkeling van LMS. Daarna geeft hij tien redenen waarom LMS-en nu “maistream” zijn.

Lees het artikel van Cronk, of de 10 punten die hieronder zijn samengevat.

  1. Focus
    Ze zijn meer gefocust op lerenden.
  2. Perpectief lerende
    Ze zijn ontworpen en ontwikkeld vanuit het perspectief van de lerende, en niet vanuit het perspectief van de docent.
    Mijn opmerkingen: LMS-en zijn volgens mij meer gericht op het faciliteren van het leren, dan vroeger (zie deze blogpost over de verschillen tussen learner-centred, teacher-centred en learning-centred: https://3starlearningexperiences.wordpress.com/2018/08/28/the-difference-between-teacher-student-and-learning-centred/). Verder hebben veel LMS-en fors geïnvesteerd in verbeteringen op het gebied van de interface.
  3. Cloud gebaseerd
    Ze zijn cloud gebaseerd waarbij de overhead op het gebied van infrastructuur ondersteuning is verdwenen. Organisaties betalen nog steeds een hoge prijs, maar hoeven zich minder zorgen te maken over hardware en technisch beheer.
    Mijn opmerkingen: bij de meeste LMS-en is dat inderdaad het geval. Het gebruik van cloud oplossingen kent overigens ook technische uitdagingen (koppelingen, integraties, AVG, enzovoorts).
  4. Meer tools
    Er zijn steeds meer en betere tools bijgekomen die leren ondersteunen en die geïntegreerd kunnen worden met een LMS.
    Mijn opmerkingen: dit is onmiskenbaar het geval. We boeken inderdaad ook -eindelijk- voortgang als het gaat om het integreren van applicaties tot een daadwerkelijk samenhangend geheel. Deze ontwikkeling leidt ook tot discussies over redundantie en toegevoegde waarde van aanvullende tools en functionaliteiten. Uiteraard kijken beslissers ook kritisch naar kosten van aanvullende tools, in relatie tot opbrengsten.
  5. Ontwerpexpertise vergroot
    De expertise op het gebied van onderwijs ontwerpen en ontwikkelen met ICT is binnen organisaties vergroot. Binnen instellingen zijn er steeds vaker centra die docenten ondersteunen bij de vormgeving van technology enhanced learning. Ook wordt meer gebruik gemaakt van standaarden op dit terrein.
    Mijn opmerkingen: ik zie progressie, maar vooral ook grote verschillen tussen instellingen. Je ziet wel een toename in het gebruik van online video. De kwaliteit van online video’s voldoet echter lang niet altijd aan Mayer’s multimediaprincipes.
  6. Nieuwe generatie docenten
    Medewerkers die zich lang hebben verzet tegen het gebruik van een LMS gaan langzamerhand met pensioen. De nieuwe generatie docenten is meer bereid om ICT binnen het onderwijs te gebruiken.
    Mijn opmerkingen: is hier ooit onderzoek naar gedaan? Als inmiddels 54-jarige weiger ik te geloven dat leeftijd van invloed is op de acceptatie van nieuwe technologie!
  7. Jongeren
    Jongeren maken al op jongere leeftijd kennis met online leren. Het Amerikaanse K12-onderwijs maakt voor sommige onderdelen steeds vaker gebruik van volledig online onderwijs. Dit creëert verwachtingen richting vervolgonderwijs.
    Mijn opmerkingen: mwa. Dit is een heel oud argument dat ongeveer twintig jaar geleden ook werd gebruikt. Scholen voor voortgezet onderwijs moesten gebruik maken van een LMS omdat men hier in het bedrijfsleven gebruik van maakte. Het bedrijfsleven moest er gebruik van maken omdat jongeren met die verwachting binnen zouden komen. Een mooie cirkelredenering.
  8. Op afstand contact
    Dankzij de incorporatie van tools voor online synchroon interactie zijn we beter in staat om op afstand contact te hebben en les te krijgen.
    Mijn opmerkingen: dit is inderdaad een belangrijke ontwikkeling. Dergelijke tools worden mogelijk vooral gebruikt om met groepen samen te werken. Het verzorgen van een webinar of virtual classroom vindt volgens mij op kleinere schaal plaats. Veel mensen kiezen ervoor om in die situatie toch fysiek bij elkaar te komen, tenzij dat echt niet mogelijk is. Het verzorgen van een webinar of virtual classroom is ook niet eenvoudig.
  9. Accrediatie
    De opkomst van commerciële organisaties die geaccrediteerde certificaten en diploma’s verstrekken. Deze ontwikkeling heeft reguliere instellingen geprikkeld met een LMS aan de slag te gaan.
    Mijn opmerkingen: in ons land ervaren onderwijsinstellingen vanwege allerlei redenen vooralsnog minder druk van commerciële aanbieders.
  10. Eisen aan blended opzet
    Eisen op het gebied van accreditaties hebben geleid tot verwachtingen en standaarden voor online en hybride cursussen.
    Mijn opmerkingen: bij accreditaties wordt volgens mij in toenemende mate gekeken naar de inzet van ICT. Ook op verzoek van instellingen zelf. Ik mocht zelf een tijd geleden lid zijn van een panel met het verzoek daar specifiek op te letten. Ik heb echter ook gehoord van een nieuwe opleiding die niet werd goedgekeurd omdat de panelleden van mening waren dat een ‘blended model’ niet tot kwalitatief goed onderwijs zou leiden.

Ik ben het dus eens met Cronk dat een LMS zich heeft doorontwikkeld en dat deze leertechnologie nog steeds betekenisvol is en veel wordt gebruikt. Ik leg wel andere accenten en ik deel zijn argumentatie niet altijd. Maar het is in elk geval grotendeels de schuld van de LMS-en zelf dat de meesten nog bestaan.

 

Wilfred Rubens is leverancier-onafhankelijk en blogt met een kritische blik over leertrends.

Hij is tevens er onbezoldigd programma-adviseur van het Next Learning Event.

 

Related Posts

Leave a reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

nextlearning.nl website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2019